Hoezo duurt dat een jaar

Leestijd: ongeveer 5 minuten

02 

Ik ga het doen.

Het is vroeg op een zaterdagmiddag in april 2018 en ik zit thuis op mijn grijze kringloopwinkelbank in Utrecht. Ik heb er meer dan tien jaar over gedroomd, nadat een boek van Ewan McGregor en Charley Boorman het zaadje in mijn hoofd plantte. Maar nu heb ik de knoop doorgehakt, een paar seconden geleden, op deze bank. Ik ga volgend jaar op een motor van Utrecht naar Mongolië rijden.

Kennelijk kun je op zo’n doodnormale plek zulke levensveranderende beslissingen zomaar nemen.

De opwinding giert gelijk door mijn lijf. Ergens is het idee heel onwezenlijk en tegelijkertijd onmogelijk concreet. Als ik namelijk over een jaar wil vertrekken, moet ik nu ook gelijk beginnen met de voorbereidingen. Denk ik. Hoe lang heb je voor zoiets nodig eigenlijk?

Ik staar nogal enthousiast naar mijn laptop en probeer me voor te stellen welke stappen een zichzelf respecterende wereldreiziger eigenlijk dient te ondernemen. Ik heb géén idee. Na even nadenken lijkt een route richting de hoofdstad van Mongolië lijkt me een puik begin. Hoe kom je eigenlijk vanuit de Domstad in (Googelt even) Ulaanbaatar?

Ik neem een vastberaden slok koffie, open Google Maps en sla aan het puzzelen. De snelste route lijkt me saai, de meest logische route is niet avontuurlijk genoeg en dus zoek ik een meanderende oplossing. Ik zoek, droom over wat mooi zou zijn, zoom in op wegennetwerken, lees welke gebieden begaanbaar zijn en voer beetje bij beetje de knooppunten in. Na een mooie middag klooien kom ik tot een helderblauw lint dat door 25 landen slingert, door Europa, het Midden-Oosten en Centraal-Azië.

High van de voorpret kijk ik naar het avontuur dat van het beeldscherm van mijn laptop afspat. Ik heb deze zaterdagmiddag op mijn bank dan nog geen enkel idee dat een oorlog en mensenrechtenschendingen uiteindelijk twee landen van mijn lijst zullen doen afvallen. Maar goed, het is ook pas de eerste dag van voorbereiden. 

Vijf maanden later. “Wat moet je allemaal doen dan, dat je een jáár bezig bent met plannen?”, vraagt een collega, met een combinatie van geboeidheid en ongeloof. Op het moment dat ze dat vraagt zit ik alweer middenin de voorbereidingen en heb ik grotendeels op een rijtje wat er moet gebeuren. “Nou”, zeg ik, “ik laat je mijn to-do-documentje wel even zien.” We kijken er samen naar en halverwege, als het begint te dagen hoeveel tijd hierin gaat zitten, moet ze grinniken.

Er staan duizend-en-één dingen op de lijst, groot, klein, medium, logisch en veel zaken die ik zelf van tevoren niet helemaal aan had zien komen. Ik bedoel: je kunt echt wel bedenken dat je gereedschap voor je motor moet kopen. Of dat je allerlei visa en vaccinaties moet regelen. Maar oplossingen vinden voor rijden op grote hoogte, waar te weinig zuurstof is voor een verbrandingsmotor? Of €3.000 borg betalen aan de Duitse ANWB voor een importdocument om Boris de motor Iran binnen te krijgen? Landmijngebieden in kaart brengen? Daar had ik niet eerder over nagedacht. Hoe dichterbij de reis komt, hoe meer er gedaan moet worden, lijkt het wel.

Weer een paar maanden later sta ik bij een leverancier van de Nederlandse krijgsmacht in een showroom met spullen die soldaten normaalgesproken inkopen voor het slagveld. Ik heb een potje lucifers in mijn handen die onder alle omstandigheden aangaan: wind, regen, maakt niet uit. Ik neem het mee en zet het bij de verzameling aan spullen die ik nog meer insla vandaag. Een nooddeken. Een alarmfluitje met een kompas erin. Een scala aan eerstehulpmiddelen, waaronder een “chest seal kit”. Mijn oudste broertje, die bij defensie werkt, heeft uitgedokterd dat een veelvoorkomende niet-meteen-dodelijke verwonding bij motorrijders een geperforeerde borstkas is. Dan kun je niet echt meer lekker ademen en/of bloed je dood, beiden vrij onwenselijk. Dus hij leert me hoe ik een soort grote sticker over de wond kan plaatsen waar een ventiel in zit, zodat mijn borstkas weer luchtdicht komt te zitten maar dat de boel wel kan worden afgetapt, zodat ik niet verdrink in mijn eigen bloed en mezelf misschien nog net naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis zou kunnen slepen. Verder koop ik sokken.

Tegen de tijd dat het voorbereidingsjaar bijna voorbij is, zit ik weer thuis op mijn bank. Ik heb de afgelopen twaalf maanden massa’s winkels, klinieken, ervaringsdeskundigen, ambassades, beurzen en online fora bezocht. Maar nu is het vrijdagavond, de avond voor vertrek. Mijn woonkamer ligt bezaaid met een soort Mount Everest aan losse spullen, de tassen ertussen nog leeg op de grond. Er is zoveel meuk dat ik mijn eettafel bijna niet meer zie. Ik kijk ernaar en peins dezelfde gedachten als het afgelopen jaar. Heb ik voldoende van alles? Al het gereedschap dat ik nodig heb bij het wisselen van een band? Voldoende kleren om in alle omstandigheden comfortabel te kunnen reizen? Kan ik echt in mijn eentje overleven als ik ergens in de bergen kom vast te zitten? Wat ben ik vergeten?

Dan ontspan ik. Ik herinner mezelf eraan dat ik alles heb gedaan om me goed voor te bereiden. Alles wat nu nog komt, los ik onderweg wel op.

Ik heb nog een laatste taak. Met een diepe ademteug pak ik mijn laptop en open een Word-document. Ik weet niet goed hoe ik hieraan moet beginnen. Pffff. Ik slik even. Dan begin ik een brief aan mijn jongste broertje te typen, eentje die hij alleen mag openen als ik onverhoopt niet meer terugkom van mijn reis. Ik wil in dat geval praktische zaken goed achterlaten, maar deze oefening in voorstellingsvermogen heeft een heel ander effect. Ik moet mezelf inbeelden hoe het is als ik er niet meer ben en dit de laatste woorden zijn die mijn broertje ooit van me hoort. Ik schrijf lieve dingen, verontschuldig me dat hij dit moet lezen, geef advies over het graf heen en ik hou het niet droog.

Als ik klaar ben ga ik overeind zitten. Het is alsof ik net een jaar lange, intense taak heb volbracht en ik voel me ineens zo licht als een veertje. Het is bijna 4 uur ’s nachts. Ik heb hier heel erg lang naar toegeleefd en nu voel ik me er zo klaar voor als ik maar kan zijn. Over een paar uur ga ik echt op weg. Tijd om de bank te verruilen voor het zadel.

Waar speelde dit verhaal zich af?

Door heel Nederland: beurzen in Utrecht, ambassades in Den Haag, keukentafels van ervaren avonturiers in Leiden, en op mijn eigen grijze kringloopwinkelbank. 

fullsizeoutput_6af2.jpeg