Motherfucker

Leestijd: ongeveer 6 minuten

05 

Ik hoor de politiesirene op hetzelfde moment dat ik de zwaailichten in mijn spiegels zie. Dit is precies het gebied waar ik geen problemen wilde. Shit.

Ik ben in Noord-Ossetië, een deelstaat in de Russische Kaukasus waar het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken me had gewaarschuwd voor “het risico op terroristische aanslagen, ontvoering, het ontploffen van mijnen, gewapende conflicten en criminaliteit.” Verder wisten ze te melden dat de politie hier meer dan gebruikelijk corrupt is en dat de zware criminaliteit eigenlijk de baas is.

In een flits schieten allerlei opties door mijn hoofd, maar ik realiseer me al snel dat ik geen andere keuze heb dan Boris aan de kant te zetten, wat ik dan maar beheerst doe. Ik stop naast de weg, zet de motor af en wacht op wat komen gaat.

De politiewagen, een non-descripte gedateerde sedan met politiekleuren op de flanken en een zwaailichtenbalk op het dak, komt dreigend langzaam achter mij tot stilstand. Dan zwijgt de sirene en zwaait de passagiersdeur open.

De agent begeeft zich met een zo imponerend mogelijk loopje mijn kant op tot hij naast me staat. Van dichtbij gluurt hij me geniepig aan. Ik schat hem rond de 30, hij is mager en zijn uniform is makkelijk twee maten te groot, waardoor hij iets weg heeft van iemand die een politieagent spéélt. Hij heeft een ongezonde bleek-gelige gelaatskleur en ik denk meteen dat hij vroeger op school kinderen pestte, maar alleen als ze veel jonger en kleiner waren dan hijzelf. Op een vreemd soort komische wijze heeft zijn gezicht iets weg van de acteur die in de comedy “Third Rock from the Sun” de autistische broer speelt.

Hij spreekt geen Engels, maar weet in sissend Russisch duidelijk te maken dat hij mijn papieren wil hebben, die ik hem overhandig. Zijn ogen nog steeds samenknijpend in – neem ik aan –  een poging om dreigend te kijken, neemt hij het stapeltje aan en loopt terug naar de auto. Dan gebaart hij dat ik naar hem toe moet komen, van de motor af, naar de open deur aan de passagierskant.

Als ik aankom buig ik voorover en kijk de politieauto in. Daar aanschouw ik het tweede opmerkelijke exemplaar van ‘Russia’s finest’. Zo'n 140 kilo agent kijkt me aan door kleine oogjes, zijn omvangrijke buik duwt tegen het stuur waar hij eigenlijk net niet achter past. Hij heeft een niet geringe schedel waar een soort tweede, nog groter hoofd omheen lijkt te zijn gegroeid. In clowneske tegenstelling tot zijn collega heeft deze man een uniform weten te bemachtigen dat meerdere maten te kléin is. De knoopjes van zijn overhemd zijn bezig met een ultieme poging om de dunne stof om zijn borstpartij gesnoerd te houden. Hij kijkt niet vriendelijk en zet dit kracht bij door mij in het Russisch een aantal dingen toe te snauwen.

Ik zit op mijn hurken naast de auto en trek mijn minst intelligente gelaatsuitdrukking. Dit om hem te kennen te geven dat ik hem niet begrijp, iets wat hem duidelijk niet blij stemt. Hij wijst in mijn rijrichting, trekt zijn wenkbrauwtjes op en vormt met zijn onderarmen een kruis voor zijn gezicht, het universele gebaar dat ‘stop’, ‘geen doorgang’ of ‘dood’ betekent. Uit de context maak ik op dat meneer agent hier de tweede definitie hanteert.

 

Hij houdt mijn paspoort en mijn rijbewijs voor mijn neus, zwaait er triomfantelijk mee en blijft me strak aankijken terwijl hij ze achter de zonneklep van zijn auto stopt die hij vervolgens met een klap weer tegen het plafond slaat. Dan maakt hij een ander gebaar dat overal te wereld wordt begrepen: hij draait zijn hand met de palm omhoog en wrijft met zijn duim over zijn wijs- en middelvinger. Tegelijkertijd tuit hij zijn dunne lippen en trekt zijn wenkbrauwen ditmaal vragend op. Geld.

Er zit een stapeltje cash in mijn zadeltassen verstopt en in het portemonneetje in mijn binnenzak heb ik nog wat briefgeld. Maar in de seconde die ik mezelf toesta om koortsachtig na te denken, besluit ik iets anders. Ik grijp in mijn motorjas en vis er een hoeveelheid rondslingerende roebels uit die gelijkstaat aan vier euro. De oogjes van de agent vernauwen zich ogenblikkelijk, hij vertrekt van walging en woede en hij smijt het geld terug in mijn schoot. Met geïrriteerde bewegingen graait hij pen en papier uit de middenconsole, krabbelt driftig en houdt het papiertje voor mijn neus. Er staat “€600” op geschreven.

Ik weet totaal niet waarom me dit een goed idee lijkt in deze situatie, maar ik pak mijn portemonnee en open met beide handen het enige vakje dat het heeft. Wat ik laat zien, is de lege ruimte vóór mijn pinpas en credit card. Wat ik niet laat zien, is de pakweg honderd euro aan briefjes die ik met de vingers van mijn rechterhand achter de kaarten geklemd hou, uit het zicht van de sterke arm der wet. “No have!” zeg ik behulpzaam. Ik kijk enorm vrolijk, alsof ik niet doorheb wat er gebeurt maar ontzettend mijn best doe om meneer de agent blij te maken.

De beide lagen van het hoofd van de agent kleuren lichtelijk rood als hij de ogenschijnlijk lege portefeuille ziet. Hij hamert boos op zijn geschreven papiertje: “Oiro!! Oiro!!”

“Yes!” zeg ik enthousiast en staar hem blij aan om de verwarring nog groter te maken. Dit slaagt bijzonder goed.

De gezagsdrager krijgt het nog warmer van opwinding en gebaart wild richting al mijn tassen, kennelijk in de (correcte) veronderstelling dat dáár dan het geld in moet zitten. Hij prikt venijnig met een vingertje op het geldbedrag en blaft woedend klinkende dingen in het Russisch.

“No have!”, herhaal ik opgewekt. Mijn aspirerende afperser begint nu een beetje paarsig aan te lopen terwijl hij met een overdaad aan consumptie iets tegen zijn collega brult, waarvan ik vermoed dat het zoveel betekent als “IK KAN HELEMAAL NIKS MET DEZE GAST!!!” Inmiddels overdadig zwetend duwt hij het papiertje in mijn gezicht en schreeuwt: “OIRO!!! DOLLAR!! DOLLAR!!” Ik kijk hem nog maar eens gelukzalig aan en herhaal mijn no-have antwoord.

Hierop is de grens bereikt. Briesend vloekt de beste man in het luchtledige, waarbij de spuugbelletjes over zijn stuur heen sproeien waar hij met zijn gebalde vuisten op hamert. Hij pakt mijn papieren uit de zonneklep en smijt ze tegen mijn borstkas. Dan, ergens uit de diepten van zijn gestel borrelt het enige Engels woord op dat hij kent en hij buldert met kloppende voorhoofdsaderen en trillende wangen: “MMMMOTHERFUCKER!!!”

Ik verzamel langzaam mijn papieren en sta op. Terwijl ik richting Boris loop start de grote agent zijn auto. De magere agent trakteert me nog op een geniepige staar alvorens hij instapt. Dan scheurt ons komische corruptieduo met piepende banden weg van deze mottorrijdende buitenlander.

Zo’n idioot die niet eens begrijpt hoe je gewoon netjes dient te worden afgeperst.

Waar speelde dit verhaal zich af?

In de deelstaat Noord-Ossetië in de Russische Kaukasus, vlakbij de stad Vladikavkaz.   

fullsizeoutput_6aed.jpeg